Het debacle van snippergroenproject *3)

Inleiding

 Op 30 mei jl. heeft het Adviespunt Snippergroen bij het college een Wob-verzoek *4) ingediend. Wij wilden inzicht krijgen in de financiële resultaten van het snippergroenproject. Een goed totaaloverzicht van de baten en lasten van het project heeft het college nooit gegeven. De financiële informatie die de toenmalige wethouder Daandels de raad verstrekte was nattevingerwerk, zo blijkt nu. Aan de raad is daardoor meerdere keren onjuiste informatie verstrekt. De wethouder kwam met zijn broddelwerk en leugens weg, omdat de coalitie een oproep van de oppositie om financiële duidelijkheid niet steunde. De LPG had daar bij monde van Astrid Bannink -wij citeren- “geen behoefte aan”. 

Ook de Rekenkamer Land van Cuijk die onderzoek deed naar de gang van zaken bij het project, kreeg de financiële gegevens niet. 

Wat hebben wij het college gevraagd en wat waren de antwoorden

 Bij de beantwoording van het Wob-verzoek maakt het college er zich met een Jantje van Leiden van af. Het enige gegeven dat het college ons heeft verstrekt zijn de kosten van de externe adviseurs. Het college stelt dat het meeste van de door ons gevraagde informatie er niet is. Op basis van bekende gegevens is toch wel een redelijk betrouwbare inschatting te maken van de ‘opbrengst’ (beter is te spreken van het verlies) van het project. 

Wat wilden wij concreet weten en wat waren de antwoorden van het College?

1.    De kosten die de firma Eiffel in rekening heeft gebracht. Antwoord College: € 295.814,75

2.    Het bedrag dat (voor vier dossiers) het ingeschakelde advocatenkantoor Libregts en Leistra declareerde en dat voor de gemeente niets opleverde. Antwoord College: € 24.463,56

3.    De overheadkosten, zijnde de forse ambtelijke inzet in uren en euro. Antwoord College: “Deze kosten zijn niet apart geregistreerd in onze systemen”.

4.    De opbrengst van de verkoop van snippergroengrondstroken. Antwoord College: “Een overzicht zoals door u opgevraagd is niet gedocumenteerd”.

5.     De opbrengst van de verkoop van groenstroken die de gemeente her en der te koop aan bood. Antwoord College: “Een overzicht zoals door u opgevraagd is niet gedocumenteerd”.

Uit de antwoorden van het college kan de conclusie worden getrokken dat het geen notie heeft van de financiële resultaten van het project. Daar kennelijk ook niet in geïnteresseerd is. Wat daarover aan de raad wordt gerapporteerd is mistig en kan niet kloppen.

Aan de hand van onze eigen registraties, CGM-gegevens, opgaven van de firma Eiffel en in door het college aan de raad verstrekte informatie kan een redelijk betrouwbaar overzicht van de resultaten worden opgesteld.

Wat rapporteerde het college over de resultaten van het project?

 1.    In de programmabegroting 2014-2017 (blz. 110) schrijft het college dat met het project een stijging van de grondopbrengsten wordt beoogd. Concreet is te lezen: “In de meerjarenbegroting is een prestatie opgenomen van € 125.000 aan grondopbrengsten per jaar. (€ 500.000 over vier jaar). Zonder het project snippergroen is deze doelstelling naar verwachting niet haalbaar”. 

2.    Ook in de programmabegroting van 2015-2018 gaat het college in op het financiële aspect van de verkoop van groenstroken: Het college schrijft: “De verkoop van groenstroken is onderdeel van de ombuigingsoperatie waar de gemeente voor staat”. In de begrotingen wordt dus een substantiële opbrengst verwacht uit de verkoop van snippergroenstroken. Van het resultaat wordt nimmer verslag gedaan. In de jaarrekeningen is er niets over terug te vinden.

3.    In de raadsinformatiebrief van 22 september 2015 maakt het college een eerste balans op. In de brief staat onder andere: “Financieel bedragen medio 2015 de gerealiseerde projectinkomsten € 181.020 en de uitgaven zijn € 87.925”. Zes maanden later, in een raadsinformatiebrief van 24 maart 2016, laat het college weten dat het project is afgerond. Het vermeldt daarbij “Uit deze grondverkoop is een totaalbedrag van € 300.000 gerealiseerd”. Het college laat in het midden of dit een bruto- of nettoresultaat is.

Wat was nu het werkelijke resultaat?

Afgaande op het aantal in de raadsinformatiebrief van 24 maart 2015 genoemde “verkochte groenstroken” van 93, kan de opbrengst van € 300.000 (mooi rond getal) niet kloppen. Uitgaande van een gemiddelde kavelgrootte van 42 vierkante meter (opgave van Eiffel) genereren de 93 verkochte kavels een bruto-opbrengst van maximaal € 273.420.

Daarop moeten de kosten van de externe adviseurs in mindering worden gebracht. Deze bedroegen zoals hierboven vermeld totaal € 320.277,75. 

Dan nog de ambtelijke, overheadkosten. Het college stelt dat deze “niet geregistreerd” en dus onbekend zijn. Als het college deze cijfers niet kan geven, maken wij zelf maar een eenvoudige berekening.

Het project heeft vijf jaar gelopen. In de offerte van Eiffel wordt expliciet gewezen op de substantiële ambtelijke ondersteuning die bij de uitvoering van het project nodig is. Een terughoudende schatting komt tot de volgende berekening van de ambtelijke kosten: 260 weken (de doorlooptijd van het project) x 4 ambtelijke uren per week x € 80 = € 83.200 *1).

Daarmee komt het nettoresultaat van het project uit op tenminste € 130.057,75 negatief.

Commentaar.

Eiffel berekende dat bij een grondprijs van € 70 de bruto-opbrengst voor de gemeente bij benadering € 1.046. 640 zou bedragen. Na aftrek van de kosten zou er een winst van ongeveer € 750.000 voor de gemeente overblijven. Daar zouden dan nog wel de ambtelijke kosten vanaf moeten.

Van deze doelstelling is helemaal niets terecht gekomen. Er werden slechts 93 strookjes verkocht in plaats van de geprognosticeerde 356. De gemeente moest omdat het tientallen jaren niet had gehandhaafd, in de meeste gevallen verjaring erkennen. 

De gemeente wilde met het project de opbrengsten van het gemeentelijk groen verhogen. Echter, op het project is een enorm financieel verlies geleden. Dat kon ook niet anders, omdat er nooit sprake was van een gedegen en goed voorbereid projectplan. Er was ook geen geordende projectadministratie. Er werden juniormedewerkers van de firma zonder degelijke sturing op pad gestuurd. Het college nam daarmee -met instemming van de coalitie van VVD, CDA, Trots en LPG- een groot risico.

Het project leidde jarenlang tot politieke commotie met als dieptepunten een kritisch rapport van de Rekenkamer en een motie van wantrouwen jegens de verantwoordelijk wethouder. Wat overbleef was forse imagoschade voor het college en de coalitie. Het project is een schoolvoorbeeld van zwak bestuur. Verbijsterend is dat de gemeente de baten en lasten niet systematisch heeft geregistreerd. Het college weet de cijfers niet en kan deze ook niet produceren. 

Verbijsterend is met name dat het college de omvangrijke ambtelijke inzet niet heeft bijgehouden. Dat is vooral verwijtbaar, omdat de gemeente Grave onevenredig veel bijdraagt aan de kosten van het CGM-apparaat *2). Van de gemeente mag dan verwacht worden dat zij nauwkeurig omgaat met de kosten van ingehuurde ambtenaren. 

 Adviespunt Snippergroen; Wil Baaijens, Hans Satter

Noten.

*1) In het ‘Verrekenmodel CGM’ hanteert CGM een gemiddeld uurtarief van € 80. In onze berekening van de ambtelijke kosten hebben we dit tarief overgenomen.

*2) In 2017 was de bijdrage (op basis van urenafname) van Grave aan de CGM-organisatie 

€ 7.508.553. Per inwoner is dat € 607. In Cuijk bedraagt deze last € 544 per inwoner en in Mill € 547. (Bron: ‘Verrekenmodel CGM’). 

Binnen het snippergroenproject heeft Grave de ambtelijke uren niet geregistreerd.

Kennelijk gaat de gemeente slordig om met de inzet van ambtenaren en loopt ze flink uit de pas met de CGM- partners. Het lijkt een cultuurkenmerk te zijn.

In ieder geval dragen de Graafse burgers flink extra bij aan de kosten van de CGM-organisatie. 

*3) Dit verslag is een ingekorte versie van het verslag dat wij aan de leden van de gemeenteraad stuurden.

*4) Wij deden ons verzoek op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur. (Wob).

 

 

 

 

 

 

 








alle inhoud op www.gravepolitiek.nl valt onder © en mag niet zonder toestemming gepubliceerd worden.