Wie zijn overheid liefheeft, wantrouwt haar (deel 5)

‘Wantrouwen’. In de titel boven een column klinkt het nogal agressief. Toch moet je je afvragen of ‘wantrouwen’ wel zo negatief is, als houding. Met het klimmen der jaren ben ik bijvoorbeeld mezelf steeds meer gaan wantrouwen. Niet over de hele linie, natuurlijk, maar bijvoorbeeld waar het gaat om mijn geheugen en mijn waarnemingen. Zo zijn er gebeurtenissen in mijn leven waarvan ik zou zweren dat ze zich voltrokken hebben, zoals ze in mijn geheugen gegrift staan maar die, wanneer ik alles verstandelijk op een rij zet, helemaal niet zo gebeurd kunnen zijn. Het is ook een bekend gegeven dat getuigen van een ongeval of een misdrijf vaak een versie van het gebeurde in hun hoofd hebben die sterk afwijkt van het werkelijk verloop. Ons geheugen speelt spelletjes met ons. Soms uit lijfsbehoud; het leven gaat door nadat ons iets schokkends of verdrietigs is overkomen. Ons ‘falend’ geheugen kan ons dan helpen het gebeurde wat minder pijnlijk bij te kleuren. Zo ‘heelt de tijd alle wonden’ en zou het best eens zo kunnen zijn dat ons geheugen daarbij voor dokter of zielknijper speelt.

Tweedeling

In mijn feuilleton over onze overheid gaat het daar eigenlijk niet over. Als westerse mensen omarmen wij de macht van het volk of, vanuit een andere optiek, de vrijheid, de gelijkheid en de rechten van het individu als terrein dat we als samenleving in een lange, niet aflatende, strijd veroverd hebben op machthebbers. Wij sussen onszelf en elkaar graag in slaap door te denken dat die strijd gestreden is, ruwweg in de paar eeuwen die achter ons liggen, maar niets is minder waar. Om ons heen zien we een maatschappij waar tweedeling constant op de loer ligt. Tussen arm en rijk, geïnformeerd en ongeïnformeerd, tussen bevolkingsgroepen die ‘van ons’ zijn en anderen die ‘eigenlijk niet van ons’ zijn. Die tweedeling wijst er op dat het gevecht met ‘machthebbers’ in feite nog altijd gaande is, zij het dat veel van ons dat eigenlijk niet waarnemen of niet waar willen hebben. In feite hebben we, bijvoorbeeld,  binnen onze democratie van doen met bestuurders en magistraten die uit een heel kleine ‘kaste’ gerekruteerd zijn en een land als Nederland politiek draaiende houden. Je kunt die zien als de machthebbers. Het is een groep politiek en maatschappelijk actieve mensen die het min of meer voor het zeggen hebben en hun machtsbasis vinden in een nog steeds slinkend deel van de bevolking. Een ander deel van de bevolking, gaandeweg is dat stiekem een meerderheid geworden, is daarvan afgesloten of sluit zichzelf daarvoor of. Te ingewikkeld, te weinig interesse, de kat of de hond die beide bijten… Drogredenen te over; helaas gaan die vaak door voor wijsheid.

Eendracht maakt macht

Bovenstaande betekent wel dat bestuurders en magistraten steeds meer ongezien en in de luwte hun werk doen. Zonder me meteen te laten verleiden tot allerlei complotgedachten, betekent dit in ieder geval dat er steeds minder kritisch naar hen wordt gekeken. Dat is slecht voor machthebbers. Ze zijn mensen zoals wij,  kennen dezelfde bekoringen en kunnen daar, precies als wij, niet altijd weerstand aan bieden. Ook voor hen geldt dat ‘het oog van de meester het paard vet moet maken.’ Daarbij komt dan ook nog, dat ze zich niet alleen als individu manifesteren maar ook als groep. En groepen weten dat ‘eendracht macht maakt’ en zijn graag loyaal aan elkaar omwille van die macht. In Grave zie je een gemeenteraad aan het werk die daar flinke trekken van meegekregen heeft. De raad wordt met de jaren uit een steeds kleiner segment van de bevolking gerekruteerd, waardoor de spoeling kwalitatief en representatief steeds dunner wordt. Het uitvoerend bestuur, het college, dat, volgens Bartjens *1), de wil van de raad uitvoert, trekt daarvan profijt door eigenlijk het initiatief van de gemeenteraad naar zich toe te trekken. De burger, om wie het toch allemaal te doen zou moeten zijn, heeft het nakijken. De gemeenteraad krijgt gedoseerd te horen wat het college kwijt wil en de bevolking nog meer mondjesmaat.  Door die geheimzinnigheid enerzijds maar voor een steeds belangrijker deel door haar desinteresse en politieke ongeïnformeerdheid.

Wegmoffelen

In Grave is op deze manier de situatie gegroeid dat het college min of meer vrij spel heeft. Daarom gebeuren er allerlei zaken die politiek net wel of niet meer door de beugel kunnen. Goeddeels wettelijk afgeschermd, zeker, maar daardoor niet minder bedenkelijk. Bijvoorbeeld dat ons college zijn fouten en mislukkingen wegwerkt in steeds maar weer anders gestructureerde begrotingen en jaarverslagen, waardoor het een Sysifus-arbeid *2) wordt om deze financiële stukken te lezen, laat staan te doorgronden. Voor de raad betekent dit dat ze er steeds meer zit voor de kat z’n viool en voor de leuke baantjes. De democratie en de burger hebben het nakijken. Onze politici en wij burgers verwijten vervolgens elkaar dat we te weinig interesse hebben. En het college bestuurt onderwijl vrolijk door, niet gehinderd door politiek tegenspel. Het heeft bijna volmacht, zelfs om fouten te maken, omdat ze die gewoon weg kan moffelen in de jaarcijfers, zonder dat er een haan naar kraait. Alle reden dus om hier wantrouwend tegenover te staan. Wantrouwen is in dit verband de aangewezen houding, omdat we ons bestuur in feite blootstellen aan enorme verleiding zonder borging van onze rechten. En zonder borging van hun democratisch recht om op het rechte pad gehouden te worden.

Doodzwijgen

Drs. Leo Verhoef, registeraccountant, heeft bovenstaand politiek mechanisme onderkend en kon daar geen vrede mee hebben. Hij nam waar dat begrotingen en jaarverslagen geflatteerde cijfers presenteerden en heeft, als klokkenluider, de kat de bel aangebonden. Hoe je hem verder ook inschat, zijn boodschap lijkt het waard om kennis van te nemen en op z’n minst het gesprek met hem aan te gaan. De eerlijkheid gebiedt immers te beseffen, dat hij zich opgeworpen heeft als het financieel-ethisch geweten van bestuurlijk Nederland maar ook van zijn eigen beroepsgroep, de accountancy. Wat breder getrokken de financiële deskundigen van onze overheid, zoals ze aangestuurd worden door onze bestuurders, in Grave het college. Als klokkenluider lijkt hij de standaardbejegening te ervaren; hij wordt niet serieus genomen, zijn boodschap wordt ontkend, het kwaad dat hij signaleert, wordt gebagatelliseerd en hij zelf verdacht gemaakt… Kortom de hele scala van reacties die past bij overheden die niet op hun integriteit wensen te worden aangesproken. Een verschil met andere klokkenluiders is misschien dat hem op bestuurlijk niveau weinig lippendienst bewezen wordt, een twijfelachtige eer die veel andere klokkenluiders wel ten deel valt. Men heeft processen tegen hem gevoerd en willen voeren,*3) zonder veel succes, maar hij lijkt het slachtoffer te zijn van een georkestreerd offensief achter de schermen, waar politiek en magistratuur hun partij meeblazen, zonder het gesprek met hem te willen voeren en zonder met open vizier te willen strijden. Het ultieme zwaktebod van de democratie, doodzwijgen wat besproken hoort te worden; met z’n allen over iemand heen walsen zonder inhoudelijk de confrontatie aan te gaan. Aan te durven gaan. Leo Verhoef leert ons nog eens extra om wantrouwig te zijn en op die manier dienstbaar aan onze overheid. Zij heeft dat nodig en verdient het ook. Positief geduid maar helaas ook negatief. Als we Verhoef geloven, had wantrouwen ons miljoenen kunnen opleveren. Of hadden we tenminste op een briefje gehad dat (we) ze kwijt zijn.

Ben Bongaards (www.gravepolitiek.nl)

 

*1) Willem Bartjens (Amsterdam, 1569 - 1638) was een schoolmeester die bekend is geworden door zijn rekenboek "De Cijfferinghe van Mr. Willem Bartjens". In 1604 publiceerde hij zijn rekenboek. Gedurende twee eeuwen verscheen een groot aantal drukken, herdrukken en roofdrukken. Zijn boek heeft zodoende een enorme invloed gehad op de rekenvaardigheid van de Nederlander. (vrij naar Wikipedia)
Leuk om te bekijken: http://www.dbnl.org/tekst/bart001cijf02_01/
*2) Sisyphus is een figuur uit de Griekse mythologie. Hij was de eerste koning van Korinthe (Griekenland). Hij was een sluw man maar beging de fout de goden uit te dagen. Hij wist zij straf telkens te ontlopen maar verergerde hiermee zijn uiteindelijke straf. Die hield in dat hij tot het einde der tijden in de Tartaros, de onderwereld, een rotsblok tegen een berg op moest duwen, waarna, na een dag zwoegen, de rotsblok weer naar beneden rolde en hij ’s anderendaags weer opnieuw moest beginnen. (vrij naar Wikipedia)
*3) http://www.leoverhoef.nl/dossiers/strafzaken.html
      http://www.leoverhoef.nl/dossiers/afm.html
      http://www.leoverhoef.nl/dossiers/nivra.html








alle inhoud op www.gravepolitiek.nl valt onder © en mag niet zonder toestemming gepubliceerd worden.