Wie zijn overheid liefheeft, wantrouwt haar (deel 2)

Als je afgaat op het politieke misbaar, ligt het bezuinigen onze gemeenteraad als een steen op maag. De derde ronde (nu) zou je, wat mij betreft, kunnen interpreteren als een soort wanhoopsoffensief waarin onze politici ons lijken te willen zeggen: ‘burgers, zoek het zelf maar uit!’ Eigenlijk een afgang van jewelste voor een gemeenteraad die jarenlang -buiten de verkiezingen- nauwelijks boodschap heeft gehad aan haar kiezers. En omgekeerd, uiteraard. Wij burgers hebben het uiteindelijk even hard af laten weten als onze politici. Als onze gemeenteraad haar eigen ‘kerntaak’ als ‘budgetbewaker’, dus haar budgetrecht, serieus genomen had en zich niet had laten inpakken door een college dat haar ‘in vertrouwen nam’ in de ene na de andere geheime vergadering rond bijvoorbeeld het Wisseveld, had zij mogelijk open oog kunnen hebben voor het gegeven dat zij zich daarmee medeplichtig gemaakt heeft aan wanbeleid en misleiding. Dan had onze raad met de vuist op tafel kunnen slaan in plaats van zich gedwee neer te leggen bij wat als onvermijdelijk werd gepresenteerd.

Medeplichtigheid

Door deelgenoot te worden van al die geheimen is immers afgekocht dat de raad haar mond hield en haar eigen gezag zag verdampen. Ben je eenmaal op het pad van medeplichtigheid geraakt, verlies je daarmee onmiddellijk je geloofwaardigheid als bestuurder. Collectief, aangezien coalitie en oppositie in het zelfde schuitje wilden zitten en samen met het college ‘één pot nat zijn gaan vormen’. Het duale stelsel, bedoeld om het gezag van de gemeenteraad meer body te geven, is waarschijnlijk mede om die reden in Grave een dode letter gebleven, hoogstens opgetut met wat plichtplegingen. In dit kader is het trouwens heel spannend om te bezien of Ben Litjens (Keerpunt 2010) zijn been stijf houdt met zijn weigering om aan deze geheime palavers deel te nemen. Ik wens het hem, onze politiek en uiteindelijk ons Gravenaren van harte toe. Litjens heeft voldoende leergeld gegeven om dit met verve en overtuiging te doen en daarmee politiek school te maken als de ware oppositie. Ik schat overigens in dat juist hier de pijn ligt van Keerpunt tot nu toe; de partij heeft teveel van twee walletjes willen eten, laverend tussen de Scylla van oppositie en de Charybdis *) van dingen voor elkaar krijgen.

Veertig procent

De raad had bijvoorbeeld over die bezuinigingen van nu tegen het college kunnen zeggen: ‘Wij willen een sluitende begroting en u heeft daarvoor maar te zorgen. Als er bezuinigd moet worden, zorgt u er maar voor, college, dat u ons de opties daarvoor worden aanreikt en zullen wij zelf onze keuze daaruit bepalen. Wij verwachten bovendien van u een begroting waarin u uw beleid niet versluiert maar open en bloot aan ons presenteert. Lukt het u niet om daar voor te zorgen, dan kunt u beter plaatsmaken voor een college dat daartoe wel in staat is. Wij pikken het niet dat u ons begrotingen en jaarverslagen aanbiedt waar wij geen touw aan vast kunnen knopen.’ Zo werkt democratie en zo hoort die te werken. De raad zou op deze manier mogelijk al jaren geleden in de gaten gekregen hebben dat een slordige veertig procent (40%!) van de personeelskosten niet ordentelijk begroot en verantwoord wordt. Dat zijn alle adviesbureaus, interimmers, externen en wat dies meer zij, waarvoor de beleidmatige en financiële verantwoording in de beleidsparagrafen versnipperd en versluierd wordt, terwijl de kosten en salarissen zonder label met het totaal van de personeelskosten verrekend zijn. Reken je immers het totaal van de personeelskosten terug naar het aantal werknemers, zou je de indruk krijgen dat onze ambtenaren die eerder genoemde veertig procent méér verdienen dan het landelijke gemiddelde. Er zijn geen tekenen die daarop duiden; wel contra-indicaties, zoals het hoge ziekteverzuim en het grote verloop.

Bureauladen

De totale bezuinigingsopdracht die de raad het college moet stellen voor de begroting van 2015 kan, wanneer we bovenstaand gegeven op zijn merites bekijken, vervuld worden doordat de raad als budgetgerechtigde tegen het college zegt dat het uit moet zijn met deze flauwekul en opdacht geeft dit onzichtbare, slinkse budget te maximeren op bijvoorbeeld de helft. Plus dat ze het college gewoon opdracht kan geven om in dit ‘dossier’ iedere euro met label en al te verantwoorden. Op die manier kan er moeiteloos voldoende bezuinigd worden zonder dat er ergens anders pijn geleden wordt dan in het college. Mensen die zaken doen met de gemeente, weten dat heel veel van die dure adviezen ongelezen en ongebruikt in bureauladen liggen te verstoffen. Fopspenen voor raad en volk om de indruk te wekken dat er gewerkt wordt aan de oplossing van problemen. Het gegeven dat je uit de dossiers van ’t Wisseveld meer dan twee handen vol van dit soort ‘externen’ kunt peuren, duidt bijvoorbeeld op een bestuur, wethouders, colleges, dat zijn onkunde en gebrek aan overzicht afkoopt door ‘deskundigen’ in te huren. Waarbij vergeten wordt dat er grote bestuurlijke deskundigheid nodig is, wil je zinvol en doelgericht gebruik maken van ingehuurde know how. Met een rijk gevulde (andermans) portefeuille zwaaien kan iedereen; om waar voor het geld te krijgen vereist heel wat meer dan dat.

Slapend

Het is bijvoorbeeld te gênant voor woorden dat een Rekenkamer er niet in slaagde om voldoende gegevens over het (niet) gevoerde beleid boven tafel te krijgen, omdat er kennelijk maar wat aangerotzooid was in plaats van bestuurd en aangestuurd. En het is een ultiem zwaktebod dat onze raad als reactie daarop de Rekenkamer slapend maakte om van het gezeik af te zijn, terwijl diezelfde Rekenkamer eigenlijk een krachtig instrument kan en moet zijn in de handen en hoofden van de budgetrechthebbende. Dezelfde raad dus. De conclusie kan dan alleen maar zijn dat onze gemeenteraad liever de kop in het zand steekt dan zich extra te verdiepen in de materie. En het schrijnendst van alles is dat hiermee de neerwaartse spiraal versneld wordt in plaats van dat hij wordt omgebogen. Wat we in Grave zien gebeuren en wat we heel simpel zouden doorzien als onze boekhouding echt zou doen wat zij hoort te doen; beleid verantwoorden in plaats van verhullen.

Feedback

In mijn vorige verhaal stelde ik de bevindingen aan de orde van registeraccountant, Drs. Leo Verhoef. Dat niemand in politiek Grave daar nieuwsgierig naar durft te zijn, duidt op diezelfde kop in het zand. Ik doorgrond zijn cijfers ook niet echt maar zie in de fluctuatie weerspiegeld wat ik in ons Grave van de laatste jaren heb zien gebeuren. Het Wissevelddebacle is boekhoudkundig rechtgetrokken, evenals een aantal andere zeperds die ons bestuur gehaald heeft door gebrek aan echte daadkracht en overzicht. Een raadslid dat een knip voor zijn of haar neus waard is, zou zeker gereageerd hebben op zo’n schrijven. Al was het alleen maar om wat kritische feedback te krijgen en zichzelf ervan te vergewissen of de kritiek hout snijdt of niet. Over de hele linie niets van dit alles. En dat is dan ook nog eens een keer het globale beeld van besturend en toezichthoudend Nederland. Het zal ze aan de reet roesten!  Macht corrumpeert; macht corrumpeert veel heviger dan wij in Nederland, in Grave zo u wilt, onder ogen durven zien. Wie zijn overheid liefheeft, kan haar nooit voldoende wantrouwen. Ze heeft daar recht op; al was het alleen maar om haar niet ‘in bekoring te leiden’. Of ‘verzoeking’, desgewenst.

Cijfers

In deel 1 van dit verhaal had ik u wat cijfers beloofd. Tussen de regels door heb ik al een en ander voorgerekend maar ik ben bezig contact te leggen met Leo Verhoef om helder te krijgen hoe die aan zijn bevindingen gekomen is. Wanneer dat gelukt is, hoort u meer… Dat wordt dan deel 3.

Ben Bongaards (www.gravepolitiek.nl)

*) Scylla en Charibdis waren twee mythische zeemonsters waarover de dichter Homerus vertelt. In de Griekse traditie is het duo later gekoppeld aan de Straat van Messina tussen Sicilië en het Italiaanse vasteland. Scylla is het gevaarlijke rotsachtige ondiepe water aan Italiaanse kant. Charybdis de maalstroom voor de kust van Sicilië. Voor schippers waren de twee een uitdaging, omdat ze zo dicht bij elkaar lagen dat ze hoe dan ook een bedreiging vormden. Als een schipper de ene dreiging wilde omzeilen kwam hij al gauw te dicht bij de andere. De schipper over wie Homerus zong, de held Odysseus, koos ervoor om dicht langs Scylla te laveren en zo hoogstens enkele opvarenden te 








alle inhoud op www.gravepolitiek.nl valt onder © en mag niet zonder toestemming gepubliceerd worden.